HOOFD & HALS
Onderzoek

De hoofd- en halsregio behoort ook tot het expertisedomein van de neus-, keel-, oorarts. Op de officiële beroepstitel spreekt met over neus-, keel-, oor- en hoofd & hals heelkunde, maar NKO is korter. Hier vindt u meer informatie over hoofd- en halsgezwellen (inclusief halsklieren), de schildklier en de speekselklieren.

hoofd en hals

Klachten worden verder nagekeken door uitgebreide anamnese (bevraging van de klachten) in combinatie met klinisch onderzoek. Tevens gebeuren er technische onderzoeken: starre of directe laryngoscopie, fiberendoscopie (met dunne flexibele camera) en neusendoscopie. Afhankelijk van het probleem, gebeurt indien nodig ook beeldvorming (echo, CT of MRI hals).

Een kijkonderzoek van de neus en keel (flexibele nasofaryngoscopie, fiberscopie of flexibele laryngoscopie genoemd) is het bekijken van de neus, de ruimte achter de neus (neus-keelholte), de keelholte en de stembanden. Dit onderzoek (via de neus met flexibel optiek of via de mond met star optiek) wordt goed verdragen en kan direct gebeuren tijdens de consultatie, zonder verdoving. Zeldzaam is het nodig een verdovend watje te plaatsen om het neusslijmvlies te verdoven. Soms wordt wel verdovende keelspray gebruikt om de ‘braakreflex’ te onderdrukken en in dit geval kan men best tot een uurtje na het onderzoek voorzichtig zijn om zich niet te verslikken. De keel kan door de verdoving ook wat gezwollen aanvoelen, maar dit is niet zo. We verkiezen de flexibele endoscopie via de neus, omdat deze erg gemakkelijk gaat, goed getolereerd wordt (niet pijnlijk) en meer informatie geeft.

Structuren

Met dit onderzoek kunnen structuren dieper in de neus, in de neus-keelholte, de keelholte en de stembanden goed worden onderzocht.

Keel

In de neus wordt speciaal aandacht besteed aan:

  • het neustussenschot (of septum) en de neusschelpen (of conchae nasalis);
  • de afvoergangen van de sinussen en eventuele afwijkingen van de inwendige neus, zoals neuspoliepen, pus en abnormale verdikkingen.

In de neus-keelholte worden de volgende structuren beoordeeld:

  • de neusamandel (adenoïd);
  • de uitgangen van de beide buizen van Eustachius (tuba) en eventuele afwijkingen.

In de keelholte worden de volgende structuren beoordeeld:

  • de achterkant van de tong (tongbasis) met de tongamandel (linguale tonsil),
  • het strottenklepje (epiglottis),
  • de stembanden,
  • de ingang van de slokdarm (oesophagus) en luchtpijp (trachea).